Bellen blazen voor oma

Alweer zeven jaar geleden stond ik achter een lessenaar in het crematorium. Mijn eigen schoonmoeder was overleden en ik leidde de dienst. Vier kinderen tussen de twee en zes jaar oud zaten te wippen op de voorste bank, want lang stilzitten is er op die leeftijd nog niet bij. Twee van de vier waren mijn eigen kinderen. Zij waren gewend om mij te zien als voorganger, en voelden zich betrekkelijk vrij in de ruimte. Mijn dochter van bijna drie dribbelde achter mij aan en kwam naast mij staan. Alsof ze de dienst op haar manier ook wilde leiden. Want het was ook haar oma die was overleden. De oma die nota bene op dezelfde dag jarig was als zij. De oma van de kast met sjaals waarin ze altijd mocht rommelen, van de koekjes en de appelsap. De oma van de eindeloze aandacht en belangstelling.

Knuffeltje

Weet een meisje van drie wat doodgaan is? Ja, dat weet zij, is mijn ervaring. Niet conceptueel: toen we het erover hadden, kon mijn dochter waarschijnlijk niet ten volste bevatten wat we bedoelden met “oma was heel ziek en nu is ze doodgegaan”. Ze kon het in ieder geval zelf nog niet navertellen. Maar ze begreep het heel goed toen we in de dagen voorafgaand aan de uitvaart met elkaar bij oma gingen kijken. Ik zag aan haar dat ze herkende dat wie daar lag wel op oma leek, maar dat oma daar niet meer was. Dat het voor haar helemaal duidelijk was dat oma daar niet lag te slapen. Wel ging ze elders uit het gebouw een knuffeltje halen en legde die bij oma neer. Maar ze zei niet “Sssst, oma slaapt” – iets wat een kind al gauw doet als iemand slaapt. Ze liep om de kist heen, liet zich optillen, bekeek oma goed en aaide over haar arm. Ze liet zich vervolgens op de grond zetten, blies snel de kaarsjes bij oma uit en plukte stiekem wat bloemetjes uit de bloemstukken waar ze bij kon.

Waarom moet papa zo huilen?

Jonge kinderen weten en begrijpen heel goed wat doodgaan betekent. Maar omdat hun hersenen anders werken, is dat weten fragmentarischer dan bij volwassenen. Ze weten, en voelen het als ze de gevolgen zien van het dood zijn: als ze oma in haar kist zien liggen. Maar dat doodgaan óók betekent dat ze oma nooit meer zullen horen praten of niet meer bij haar op schoot kunnen kruipen, dat hebben ze op deze leeftijd nog niet door.

Als moeder en als ritueelbegeleider adviseer ik de families om jonge kinderen zoveel mogelijk te betrekken bij het afscheid van een overledene. Ook zij hebben een band met de persoon, ook zij zijn geconfronteerd met een gemis. En niet in de laatste plaats: ook zij worden geconfronteerd met het verdriet van hun omgeving. “Waarom moet papa zo huilen?” -“Dat is omdat oma dood is gegaan.”

En dat ze dan vervolgens zich omdraaien en in een adem vragen om een koekje of dat je met hen wilt komen spelen. Dat is hun manier om hiermee om te gaan. Jonge kinderen leven, veel meer als wij, in het moment. Ook al is oma dood en is dat heel erg. Dan kun je toch wel een lekker koekje eten of fijn samen naar de speeltuin?

Ruimte voor kinderen rond het afscheid

Ik vind het erg belangrijk – en leuk, niet te vergeten – om kinderen ruimte te geven in een afscheidsdienst. Ruimte om op hun eigen manier te reageren. Als ze klein zijn mogen ze opstaan en eens komen kijken of in een fijn hoekje op een kleed gaan zitten, of aan een tafel nog een tekening maken. Ik probeer ze ruimte te bieden om op hun eigen manier afscheid te nemen en te verwerken. Meer dan graag lees ik verhalen voor zoals het bekende: ‘Lieve oma pluis’, ‘Kikker en vogeltje’ of voor de iets groteren ‘Het eiland van oma’. Ik heb de afbeeldingen ingescand en laat het boek op het plasmascherm voorbijkomen terwijl ik lees.

Afscheidsrituelen

Er zijn tal van afscheidsrituelen te bedenken voor kinderen die tijdens een afscheidsdienst kunnen worden uitgevoerd. Ze kunnen nog iets maken dat meegaat met de overledene, je kunt samen kaarsjes aansteken, een zelfgemaakt bloemstukje of losse bloemen bij de overledene laten neerleggen, een liedje zingen, de koekjestrommel van oma laten rondgaan en ballonnen oplaten of bellenblazen.

Ergens waar het fijn is, waar geen pijn is

Vooral het bellen blazen bij de overledene vind ik een pakkend en fijn ritueel. Ik ben zeven jaar geleden hiermee begonnen, bij het afscheid van mijn schoonmoeder. Het geeft adem en ruimte aan de situatie. Kinderen mogen bewegen en lachen. En de groten doen soms het liefst mee. Voor mij is het een ritueel dat past aan het einde van de dienst, voorafgaand aan het laatste afscheid. Ik vraag de kinderen om bij de overledene te komen staan en daag ze een beetje uit wie de grootste bellen kan blazen. Wat mij betreft mogen ze blijven staan tot hun potje leeg is, tot het einde van de dienst en daarna.

Voor mijn schoonmoeder schreef ik bij dit ritueel indertijd een korte inleiding, een tekst die ik bij iedere uitvaart weer meeneem.

Hoe leg je aan kinderen uit wat doodgaan is?

“Doodgaan is misschien zoiets als op reis gaan, ergens naartoe waar wij niet kunnen gaan of bij kunnen komen.

Ergens hoog in de lucht misschien, of heel dichtbij.

Of ergens waar veel kleuren zijn en waar je door de wind naartoe wordt geblazen.

Ergens waar het fijn is, waar geen pijn is en waar oma ziet dat het goed is.

Misschien is doodgaan wel zoiets als reizen in een bel van lucht.

Misschien….”

Wat mij betreft is doodgaan verder leven, in de hoofden en harten van mensen of waar en hoe dan ook. Moge het zo zijn.

Comments
  • Sylvia Middelkoop

    Heel mooi geschreven

Laat een reactie achter