Op 4 mei wordt in Nederland de Nationale Herdenking (Dodenherdenking) gehouden ter nagedachtenis aan alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog in Europa en in Zuidoost-Azië. Het is een dag waarop we stilstaan bij de militairen en burgers en de verschrikkingen van oorlog en conflict. Ook worden tijdens Dodenherdenking slachtoffers herdacht die zijn omgekomen in andere oorlogen of bij vredesmissies. Wij vertellen je in dit artikel meer over Dodenherdenking.
3, 4 of 5 mei?
De Nationale Dodenherdenking werd in de periode van 1946 tot 1968 meerdere malen verschoven naar 3 mei. Dit gebeurde voornamelijk in het geval dat 4 mei op een zondag viel. In 1968 werd door de regering besloten om voor altijd 4 mei aan te houden. Op 5 mei wordt de bevrijding van de Duitse bezetting (1940-1945) gevierd.
Wie worden herdacht op 4 mei?
Tijdens de Dodenherdenking op 4 mei worden alle oorlogsslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog uit het toenmalige Koninkrijk der Nederlanden herdacht, de slachtoffers die vielen tijdens de koloniale oorlog in Indonesië, en ook de slachtoffers die daarna vielen tijdens oorlogs- en vredesoperaties waarbij Nederland betrokken was. In de oorspronkelijke opzet ging het uitsluitend om de Nederlandse slachtoffers in de Tweede Wereldoorlog, maar sinds 1961 wordt officieel een ruimere definitie gehanteerd die alle Nederlandse oorlogsslachtoffers of omgekomenen (over de hele wereld) sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog omvat.
Het memorandum
Het memorandum is de officiële tekst die aangeeft wie we herdenken tijdens de Nationale Dodenherdenking op 4 mei. Het memorandum begint als volgt:
"Tijdens de Nationale Herdenking herdenken we allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord; zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog en de koloniale oorlog in Indonesië, als in oorlogssituaties en bij vredesoperaties daarna. De Holocaust, oorlogsgeweld, terreur en onderdrukking hebben in onze samenleving diepe sporen achtergelaten. Alle herinneringen en emoties komen samen tijdens de Nationale Herdenking."
Het memorandum wordt al sinds 1946 gebruikt in het kader van de Nationale Herdenking en is bewust algemeen geformuleerd om alle verschillende oorlogsslachtoffers in te kunnen sluiten. De tekst is regelmatig aangepast door het Nationale Comité en voorgaande comités. Lees hier meer over de wijzigingen.
De Dam in Amsterdam
De Dodenherdenking vindt op verschillende plekken in Nederland plaats, maar de bekendste herdenking vindt plaats op de Dam in Amsterdam. Hier vindt ook de nationale herdenking plaats, waarbij de koning en koningin en andere hoogwaardigheidsbekleders aanwezig zijn. In 1956 werd het Nationaal Monument op de Dam onthuld en sinds 1961 vindt de Nationale Dodenherdenking hier plaats. Doordat verschillende militaire herdenkingen werden gecombineerd met de herdenking in de Ridderzaal, werden vanaf 1961 ook militairen die na 1945 zijn omgekomen herdacht op deze dag.
In de jaren '80 liep de belangstelling voor 4 en 5 mei flink terug onder de bevolking. De regering maakte er werk van om hier verandering in te brengen. Eind 1987 werd het Nationaal Comité 4 en 5 mei ingezet om meer samenhang tussen 4 en 5 mei te creëren. De belangrijkste taak van het comité: het geven van richting aan de zingeving van herdenken en vieren en het levend houden van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Dit heeft er onder andere toe geleid dat de Nationale Dodenherdenking op de Dam om 8 uur 's avonds plaatsvond in plaats van 4 uur in de middag.
Twee minuten stilte
De Dodenherdenking is een belangrijk moment voor Nederland om stil te staan bij de slachtoffers van oorlog en conflict en om te herinneren wat er is gebeurd. Het is ook een realisatiemoment dat we ons moeten blijven inzetten voor vrede en vrijheid en een samenleving waarin ieder individu veilig en vrij kan leven.
De herdenking begint om 20.00 uur met twee minuten stilte (voorheen één minuut), waarbij heel Nederland stil staat. De eerste minuut voor diegene die zijn overleden, de tweede minuut om de mensen te eren die levend zijn teruggekeerd uit de strijd en waar de oorlog nog generaties lang impact had. Tijdens de stilte ligt het openbaar vervoer stil en zenden radio en televisie de ceremonieën uit. Na de twee minuten volgt het volkslied en worden er kransen gelegd bij de verschillende oorlogsmonumenten.
Kransen leggen
Op de Dam worden kransen gelegd ter nagedachtenis aan alle oorlogsslachtoffers. De eerste krans wordt vlak vóór de twee minuten stilte neergelegd door de koning en koningin, namens de Nederlandse bevolking. Na het Wilhelmus leggen overlevenden en vertegenwoordigers van de overheid kransen voor de verschillende groepen oorlogsslachtoffers.
Vlagprotocol
Op 4 mei hangen in Nederland de vlaggen halfstok als teken van respect voor oorlogsslachtoffers, bij voorkeur van zonsopgang tot zonsondergang. De vlag die gebruikt wordt, is de Nederlandse driekleur zonder wimpel. Op 5 mei hangt de nationale vlag in top, van zonsopgang tot zonsondergang en zonder wimpel. De vlag mag op 5 mei gecombineerd worden met de gemeentevlag, provincievlag of vlaggen van andere landen die bij de bevrijding betrokken waren.
Bekijk hier het volledige programma van Dodenherdenking 2026. En klik hier voor het programma van Bevrijdingsdag 2026.
Bron: 4en5mei.nl
Jaarthema 4 en 5 mei 2026
Voor 2026 hanteert het Nationaal Comité 4 en 5 mei het jaarthema ‘De geschiedenis begrijpen’. Binnen dit thema staat de vraag centraal wat er werkelijk bekend is over de Tweede Wereldoorlog en welke historische kennis nog ontbreekt. Het thema verdiept zich in de volgende aspecten:
- De stilzwijgende meerderheid: het richt de aandacht niet uitsluitend op de welbekende verhalen over verzet en collaboratie, maar belicht juist ook de positie van de grote groep mensen die onverwachts in de oorlog verwikkeld raakte.
- Mechanismen van uitsluiting: het jaarthema nodigt uit tot reflectie op actuele en fundamentele vragen, zoals de manier waarop haat en uitsluiting precies ontstaan en werken.
- De democratische rechtsstaat: het onderzoekt tevens welke beschermende rol de checks and balances van de rechtsstaat hierin kunnen betekenen.
Dit inhoudelijke zwaartepunt is uitgewerkt door Nikki Sterkenburg (bijzonder hoogleraar onderzoeksjournalistiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam en vice-voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei) en vormt een belangrijke pijler binnen het meerjarenbeleidsplan 2026-2031 van de organisatie.
In 2024 en 2025 stonden we stil bij 80 jaar vrijheid:

Bron: vrijheid.nl
Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit artikel.